logo loomancoaching.nl

Werk sluit uitstekend aan bij genoten opleiding zegt 2/3 van ondervraagden

Ondanks de crisis ( of dankzij de crisis?) is een ruime meerderheid van de Nederlanders zeer gelukkig met zijn huidige baan. Maar als het moet, zijn ze ook zo weer tevreden met een andere baan.

"Perfect" noemt 59 procent zijn huidige werkkring zelfs. Twee van elke drie vindt dat het werk uitstekend aansluit bij de genoten opleiding. Dat terwijl de meesten hun werk gewoon zijn 'ingerold'. En als het moet, vinden ze snel weer iets anders. Toch hoor ik ( zegt Tineke Looman)  dat mensen niet van baan veranderen uit angst voor het onbekende!

Dat beeld komt naar boven uit de Randstad WerkMonitor van jul 2014i, uitgevoerd door Blauw Research onder 810 werkenden. De mate van tevredenheid over de huidige arbeidssituatie – uitgedrukt in werkgeluk – was het onderzoeksdoel. Van elke tien werkenden zeggen er zes dat ze de juiste opleiding hebben gevolgd. Mensen in de collectieve sector en bij de overheid vinden dat met 82 procent nog sterker.

Ondanks de hoge tevredenheid zijn er motieven om een andere baan te overwegen. 54 Procent zou dit doen als ze elders beter kunnen verdienen. Voor 58 procent zijn betere carrièremogelijkheden doorslaggevend voor een overstap en 46 procent overweegt dit als een andere baan nog beter bij hun opleiding past. Iets meer dan de helft van de mensen (53 procent) is overigens bij toeval in die eerste job gerold. Niettemin zijn ook deze werknemers vaak dik tevreden over die baan.

9 tips presentatietechniek; presenteren is te leren

Is presenteren te leren?

Des te eerder u dit leert, des te meer plezier u er van heeft. En u kunt het leren. Hiervoor geldt overigens hetzelfde als voor sporten. Je leert het niet uit een boek, maar je leert het door het te doen én je moet regelmatig trainen. Hier volgen negen punten die u op weg kunnen helpen.

Checklist van 9 punten

De luisteraar speelt de hoofdrol niet de spreker.
Een presentatie moet boeiend zijn, leuk, afwisselend, inspirerend, anders wordt er niet geluisterd. Klinkt logisch, maar lukt dit iedereen?

Het tweede punt is nog lastiger. De luisteraar moet zich veilig, geborgen en betrokken voelen. Hij of zij moet zich eerst thuis voelen, dan pas kan de boodschap overkomen. In alle andere gevallen wil de luisteraar weg. Als de spreker zich niet veilig voelt, dan voelt de luisteraar dat ook. Angstige sprekers worden niet geloofd.

Bij heel veel presentaties wordt onvoldoende aandacht besteed aan de primaire noodzaak van een plezierig samenzijn. Een spreker begint gewoon te praten, of nog erger, voor te lezen, sheets te vertonen en zichzelf te presenteren. Hij is zo druk met zichzelf en zijn kennis en overtuiging …..Hij vergeet de luisteraar!
 
Lichaamstaal en stemgebruik
Veel belangrijker dan de feitelijke woorden zijn uw lichaamstaal en uw stemgebruik, de intonatie. Afwisseling tussen hard en zacht spreken, krachtig en warm, lange en korte zinnen, hoge en lage tonen. Rustige ademhaling, goede articulatie voor in de mond.

Een neutrale houding is een voorwaarde om ruimte te krijgen voor uw verhaal. Een angstige of juist agressieve houding komt veel sterker over dan de woorden, die slechts een klein percentage vormen van datgene dat wordt onthouden. De lichaamshouding en de klank zijn veel belangrijker. Zegt u het op een vriendelijke manier? De manager uit het begin van dit verhaal nam ons (even) niet serieus. Dat blijft hangen.

Een goede spreker is enthousiast, maar niet opdringerig, zoals een goede gastheer of gastvrouw, vol aandacht voor de gasten. Vergelijk presenteren gerust met het doel van een feestje, een fijne tijd voor de gasten. Als presentator is dat uw verantwoordelijkheid! Het is dus van primair belang om er voor te zorgen dat luisteraar en spreker zich op hun gemak voelen. Dan pas is constructieve communicatie mogelijk. Maak het gezellig. Neem bloemen en cadeaus mee, maak praatjes met mensen, verwelkom je gasten en verstop je niet achter laptop of lessenaar.

Zorg voor rust in de zaal, doordat u zelf rustig bent en ga zo snel mogelijk de dialoog aan met uw publiek. Vragen stellen en vragen laten stellen! Geen monoloog, maar een dialoog. Waar wordt u zelf blij van? Een goed gesprek aan de keukentafel is duizend keer leuker en effectiever dan een monoloog van de baas.

De juiste houding
Stevig staan. Uw benen op zijn minst schouderbreed uiteen. Uw handen naast uw lichaam. Niet op uw rug, daar zitten ze klem, niet voor u, dat is angst. Zorg dat u rechtop staat. Schouders naar achteren. En dan diep inademen, laag in uw buik. Zorg dat u uw voeten voelt. Even wippen van tenen naar hakken, totdat u een goede balans ervaart. Grijp uzelf niet vast aan en verberg u niet achter een lessenaar, maar ga gewoon midden tussen of voor uw publiek staan.

Minimale afstand
Zorg dat de afstand tussen u en uw publiek zo klein mogelijk is, dus geen lege eerste rijen, niet op een podium als het niet nodig is en bij voorkeur niet vanachter een lessenaar spreken. Bij kleinere groepen de stoelen gewoon in een kring zetten. Dat kan prima tot dertig, veertig mensen. Op deze manier hoort u wat uw publiek er van vindt. Aandacht geven is aandacht krijgen. Het kringgesprek zoals kinderen dat tegenwoordig op school leren is niet voor niets zo cruciaal voor de rust in een klas. Minimale afstand vertaalt zich ook in woordgebruik. Eenvoudig en direct, van hart tot hart. Dat raakt.

Optimale voorbereiding en optimale spontaniteit
Een luisteraar steekt al snel een uur tijd in uw verhaal. De reis heen en terug, wachten voor aanvang en soms na afloop, plus de tijd van uw verhaal. Vijftig luisteraars is vijftig uren, maal een gemiddeld uurloon. Zoveel is uw verhaal waard. Dat is veel! Zoveel moet uw verhaal dus ook waard zijn, anders deugt de prijs/prestatie verhouding niet. Dit vereist een optimale voorbereiding. U weet alles over uw onderwerp. U weet alles over uw publiek. U hebt de zaal van te voren verkend en u bent ruim op tijd. U heeft uw verhaal proefgedraaid voor collega’s of partner. U bent optimaal uitgerust, u heeft van te voren een warming up gedaan, inclusief stemoefeningen, zodat uw kaken ontspannen zijn. En tot slot heeft u de situatie, inclusief alle gebreken geaccepteerd, want beter kon u het niet voorbereiden.

Vervolgens vertelt u een verhaal recht uit uw hart, geen tekst van papier en vergeet u alle voorbereidingen. Dan wordt u minimaal gehinderd door uw goede voornemens en uw teveel aan boodschappen. Dan kunt u het beste luisteren en reageren op uw publiek, zien of uw boodschap begrepen wordt, aanvoelen of er onrust in de zaal is, genieten van het bijzondere moment dat u samen met uw publiek maakt. Dan is er alle ruimte voor enthousiasme en ontmoeting, voor communicatie. Communicatie is immers het scheppen van gemeenschappelijke betekenis, volgens de definitie van de Groningse hoogleraar communicatie Gisela Redeker.

Eén boodschap tegelijk
Bij de voorbereiding hoort ook nog de inhoud.
U selecteert allereerst één kernboodschap. Deze schrijft u in het midden van een vel papier. Daaromheen schrijft u de associaties die u van belang vindt, waaronder voorbeelden, anekdotes en metaforen. Met pijlen geeft u de verbanden aan. Zo maakt u een mindmap. Als u dit met veel aandacht doet, zit deze al in uw hoofd. Een mindmap over presenteren stuur ik op aanvraag. 

Een luisteraar wil perspectief. Hoe is het nu? Waar gaat het heen? Hoe is het zo gekomen? Wat heb ik er aan?

Zo spontaan mogelijk
Techniek zit u in de weg en dat geldt helemaal voor te veel powerpointdia’s. U wordt gedwongen om de logica van de sheets te volgen, terwijl de situatie misschien iets heel anders nodig heeft. Spontaniteit geeft ruimte om te reageren en te improviseren. Improvisatie, uiteraard op basis van een optimale beheersing van het onderwerp en uw mindmap.

Met een spiekbriefje of met kaartjes helpt beginnende sprekers op weg naar het verhaal uit uw hoofd presenteren. Uit het hoofd is nog niet goed genoeg bovendien. Uit het hart is de beste manier om je publiek te bereiken. Zo echt mogelijk. Spontaan is al bijna echt. U voelt donders goed (samen met uw publiek) de zwaktes en sterke punten in uw verhaal en u gaat automatisch onderbouwen met praktijkvoorbeelden. Daar wordt het echt van, geloofwaardig. U bent op de goede weg.

Nog een groot voordeel van uit uw hart (en hoofd) presenteren is dat u de natuurlijke kracht van het moment benut. Uw verhaal wordt niet langer dan nodig is, de aandacht blijft, want u reageert op uw publiek.Dit vraagt om veel oefenen. Spontane sprekers hebben allemaal geoefend!

Luisteren en spelen met stilte
Slechte sprekers praten alles vol. Goede sprekers spelen met de stilte. Ze wachten in stilte tot er rust is in de zaal. Dan pas beginnen ze. Ze zijn stil tussen hun zinnen in, zodat een zin de tijd krijgt om te landen bij de luisteraar. Ze luisteren naar wat ze zelf zeggen en naar wat het publiek te zeggen heeft. Ze geven anderen de ruimte doordat ze stil zijn. Zo ontstaat er dialoog.

Presenteren met je hart
Het heeft alleen maar zin als uw presentatie echt iets bijdraagt, anders verveelt u uw luisteraars en kunt u beter thuis blijven. Daarom, presenteer vanuit uw hart. Dan komen de juiste motieven en argumenten, die overtuigen. Dan houdt u een eerlijk verhaal waar u zelf blij van wordt en uw luisteraars ook. Dan wordt de dialoog een ontmoeting in plaats van een confrontatie. Dan levert een presentatie energie op. Dan is het een feest voor spreker en luisteraar.

 

De macht van de vraagsteller; Je hoeft niet elke vraag te beantwoorden...

 
 

Vragen staat vrij! En door het stellen van de juiste vragen kunt u veel te weten komen. Maar soms zijn vragen niet bedoeld om een antwoord te krijgen. Het stellen van vragen kan een communicatief doel hebben, waar u nou niet meteen aan zou denken. Een vraag kan tot doel hebben belangstelling te tonen of een middel zijn om het gesprek te sturen. U kunt ook een vraag stellen om de ander uit de tent te lokken, voor het blok te zetten of onderuit te halen. Hier leert u handig gebruik te maken van beleefdheidsvragen, retorische vragen, suggestieve vragen, manipulatieve vragen en vragen naar de bekende weg.


Probeer de vragen eerst eens te begrijpen.

Mag ik u iets vragen?
En daarmee heb ik mijn eerste vraag gesteld. Deze vraag is niet bedoeld om feitenkennis op te doen, maar is een beleefde introductie van de vragen die ik wil stellen. Zo hebben vragen een belangrijke functie bij het aangaan en onderhouden van een contact. Uw vragen kunnen een uitnodiging zijn om ergens over te spreken en laten zien dat u belangstellend bent. Een vraag kan helpen iets over de ander te weten te komen of gesteld worden om iemands behoefte te peilen. U kunt een vraag stellen uit interesse, om iemands hulp te krijgen of hem die juist aan te bieden. U kunt vragen beantwoorden, maar veel vragen hoeven niet beantwoord te worden. Soms volstaat een standaard antwoord dat aan de algemene verwachtingen voldoet.


Hoe gaat het met u?
Als ik dit vraag, verwacht ik geen eerlijk antwoord. Ook dit is namelijk een vraag die meer bedoeld is als uiting van beleefdheid. Ik verwacht niet hierdoor meer van u te weten te komen. Het is niet mijn bedoeling dat u als antwoord een uitgebreide ziektegeschiedenis of het verloop van uw carrière uit de doeken doet. Hoe het ook met u gaat, uw antwoord: ‘Goed!’ volstaat. Met mijn vraag toonde ik belangstelling in u. Ik verwachtte maar één antwoord. Op sommige vragen wordt gewoonlijk maar één antwoord gegeven. Engelsen beantwoorden de vraag ‘How do you do?’ zelfs met een wedervraag: ‘How do you do?’. Beantwoord deze vraag dus nooit met: ‘Good!’. Het antwoord op een vraag is niet altijd goed of fout. Maar een vraag kan wel een sociaal wenselijk antwoord uitlokken. Dit verwacht de vraagsteller ook.

Kunt u daar nog meer over vertellen?
Door iets te vragen kunt u een gesprek regelen. Tijdens een ontmoeting kan het stellen van vragen deel uitmaken van het actief luisteren. Door uw vragen te laten aansluiten op de gedachtegang van de spreker laat u blijken dat u geïnteresseerd bent in wat de ander vertelt. Op deze manier houdt u het gesprek in gang. U nodigt de ander uit om verder te spreken. Als u belangstellende vragen stelt, toont u zich een goede luisteraar. U laat er mee blijken dat u de ander belangrijk vindt. U kunt verhelderende vragen stellen als u even het spoor bijster bent. Door uw manier van vragen kunt u het gesprek ook sturen in een bepaalde richting.

De Griekse filosoof Socrates werd bekend om zijn geraffineerde spel van vraag en antwoord. Door zijn manier van vragen leidde hij de spreker tot inzicht. Socrates vond dat inzicht de enige juiste vorm van kennis is. Eerst stelde hij een onschuldige vraag en daarna vroeg hij steeds verder. Elk antwoord dat hij kreeg, was voor hem aanleiding om nieuwe vragen te stellen. Op den duur voelden de sprekers zich door al die vragen in het nauw gedreven. Maar dat was juist het gevoel dat Socrates met zijn vragen wilde opwekken. Op het moment dat u geen feitelijk antwoord meer heeft, begint het inzicht van binnenuit, meende Socrates.

Veel mensen hebben niet de bedoeling om hun gesprekspartner met vragen tot inzicht te bewegen, maar gebruiken wel deze technieken om de ander ermee in het nauw te drijven.

Wat wilt u eigenlijk weten?
U kunt dus nogal wat teweeg brengen met vragen. Toch zijn de meeste vragen gewoon verzoeken om feitelijke informatie. Maar ook bij zo’n feitenvraag kan de doelstelling anders zijn dan de vraag doet vermoeden. Het is mogelijk dat u iets vraagt om werkelijk iets van de ander te weten te komen. Ook kan het zijn dat uw vraag bedoeld is om de feitenkennis van de ander te toetsen. In dat geval weet u zelf al het antwoord op de vraag. Door te vragen naar de bekende weg wilt u alleen onderzoeken of het antwoord van de ander aansluit bij wat u al weet. Het maakt daarbij groot verschil of de vraag aan een persoon apart of publiekelijk gesteld wordt. In het laatste geval kunnen uw vragen confronterend zijn.

Wat is uw antwoord hierop?
Tijdens een vergadering of in een training kan een vraagsteller het de spreker behoorlijk lastig maken door een Socratisch vragenvuur op hem te richten. Daarbij kunt u zich afvragen of de vraagsteller werkelijk zo leergierig is of dat hij andere gedachten bij zijn vragen heeft. Het kan zijn dat deze persoon wil bewijzen hoeveel hij er zelf vanaf weet. Ook kan het zijn dat hij het ergens principieel met de spreker over oneens is en dat hij hem door middel van negatieve vragen onderuit wil halen. Met doorvragen wil hij zijn eigen gelijk aantonen. Veel sprekers stappen in de valkuil die de vraagsteller heeft gegraven. Ze doen hun uiterste best de vraagsteller te behagen door zich volledig op hem te richten en alle vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Ze worden nerveus door de confronterende vragen en verliezen de aandacht voor de overige aanwezigen. Ze veronderstellen soms – ten onrechte – dat deze anderen dezelfde soort vragen hebben en ook negatief staan tegenover hen als spreker.

Hoe goed bent u op de hoogte?
Als u bepaalde voorkennis heeft, kunt u deze gebruiken om de ander specifiek te bevragen. Daarbij kan het eerder uw doel zijn de ander in verlegenheid te brengen in plaats van het juiste antwoord op de vraag te krijgen. U kunt vragen naar bepaalde feitenkennis, waarvan u weet dat de ander u het antwoord schuldig zal blijven. Zo vroeg Wouter Bos in het eerste debat met Jan-Peter Balkenende drie voorbeelden van offers, die hij de hoogste inkomens had gevraagd voor economisch herstel. Ook deze vraag leek niet gesteld te zijn om antwoord te krijgen, maar eerder bedoeld om punten te scoren ten kostte van zijn tegenstander.

Wat vindt u hiervan?
Soms wil een vraagsteller geen feiten, maar de mening van de ander weten. Ook hier kan het zijn dat de vraagsteller allang weet wat de ander ervan denkt. Door de vraag en plein public te stellen, dwingt hij de ander keuzes te maken en stelling te nemen. Dit kan de ander in een lastig pakket brengen omdat hij meerdere mensen tevreden wil stellen. Ook dit hebben we in de verkiezingsstrijd gezien. Steeds werd aan verschillende lijsttrekkers gevraagd met welke partij ze wilden regeren. En steeds bleef het antwoord uit.

Door te vragen naar de mening van anderen, kunt u ook iets ter discussie brengen. Ook daarbij kan het handig zijn om vooraf te onderzoeken hoe de meningen verdeeld zijn.

Hoe open zijn uw open vragen?
Bij een Socratisch vraaggesprek dient u vooral gebruik te maken van open vragen. Deze vragen kenmerken zich doordat ze beginnen met woorden als: wie, wat, waar, waarom, wanneer en hoe. Daarbij geeft u degene die antwoordt, de ruimte zijn gedachten in eigen woorden uit te drukken. De volgende vraag die u stelt, sluit telkens aan op de gedachtegang van de ander.

Dit in tegenstelling tot de gesloten vragen, waarbij gekozen moet worden uit meerdere alternatieven: Ja of nee? Warm of koud? Vandaag of morgen? A, B, C of D?. Door meerkeuzevragen te gebruiken, schept u de illusie dat alleen deze antwoorden mogelijk zijn. U kunt ermee manipuleren door enkele alternatieven weg te laten. U kunt een bepaald antwoord suggereren: ‘Vind je dit een prettige werkplek?’ , ‘Je hebt het hier wel naar je zin hè?’. Deze manier van vragen is sneller, maar biedt weinig ruimte voor creatieve antwoorden.

Open vragen lijken wat dit betreft beter. Het is echter maar de vraag of deze open vragen altijd zo open zijn. In de vraagstelling kan een veronderstelling of mening van de vraagsteller verborgen zijn. Deze is vaak merkbaar aan de manier waarop de vraag gesteld wordt. ‘Wat vind jij eigenlijk van het kerstpakket dit jaar?’. Het woord ‘eigenlijk’, de intonatie, de grijns en de opgehaalde schouders van de vraagsteller maken duidelijk wat hij er zelf van vindt. Dit houdt tevens een verwachting over het antwoord in.

Wat wilt u wel niet bereiken met uw vragen?
Veel vragen zijn suggestief. Aan de manier waarop de vraag gesteld wordt, klinkt dan de verwachting of het gewenste antwoord al door. Zo is uit de woordkeuze van de vraagsteller al veel af te leiden: ‘Wat mag dat wel niet kosten?’ is eerder een verwijt dan een vraag over het kostenplaatje. Als de woorden ‘niet’ of ‘wel’ – of beide woorden – voorkomen in de vraag, kunt u aannemen dat de vraag suggestief is. Kunnen we deze vergadering niet beter stoppen?Is dat wel een goed idee? Hypothetische vragen bevatten vaak de woorden: Als…, dan… De vraagsteller tracht op die manier een antwoord te krijgen dat aansluit op eigen – vaak negatieve – ideeën met betrekking tot oorzaak en gevolg. Vragen die met waarom beginnen, houden soms een verwijt in.

Als een vraag wordt uitgesproken, wordt de intentie daarbij ook non-verbaal uitgedrukt. Zo kan de vraagsteller door intonatie gevoelens zoals teleurstelling, irritatie, verbazing of twijfel in zijn vraag laten doorklinken. Bij een retorische vraag zal de vraagsteller zijn gesprekspartner niet aankijken zodat die begrijpt dat hier geen antwoord nodig is.

Verzoek, bevel, terechtwijzing of manipulatie?
Een manager vraagt aan een medewerker die uit het raam staart: ’En… heb je dat rapport al af?’. Dit is geen onschuldige vraag naar de vorderingen met het rapport, maar een gebiedend verzoek om op te schieten. ‘Wie zijn er het laatst in deze ruimte geweest?’, vraagt de conciërge als hij een blik werpt in een rommelige kamer. Deze vraag houdt een verwijt in naar de mensen die niet hebben opgeruimd. ‘Bent u het met me eens dat dit soort vragen niet meer gesteld zouden mogen worden?’ . Met deze manipulatieve vraag drop ik mijn mening en tracht ik u in een bepaalde richting te sturen.

Kunt u iets vragen zonder woorden?
Elke taal kent regeltjes om een zin vragend te maken. Dit kunt u doen door woorden toe te voegen – niet waar? – of door de woordvolgorde in de zin te veranderen.U kunt ook door stembuiging een gewone zin vragend maken. Een nog subtielere manier om een zin vragend te maken is met hoofdbewegingen en mimiek. U zegt: ‘Misschien heeft iemand hier iets aan toe te voegen’ of ‘Iemand moet deze taak op zich nemen’ en werpt daarbij een blik in de richting van de persoon van wie u wilt dat hij reageert. Als dat nog niet genoeg is, trekt u uw wenkbrauwen op, houdt u uw hoofd schuin en licht u uw kin omhoog. Deze persoon zal dan zeker antwoord geven, zonder dat hij u kan verwijten dat u het hèm speciaal gevraagd heeft. Dat heeft u toch immers niet? Succes verzekerd!

Heeft u nog vragen?
Weet u nog? Een gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden. Ik hoop dat ik u voorlopig genoeg antwoorden heb gegeven. Daarbij besef ik dat antwoorden altijd meer vragen oproepen. Een vraag op zichzelf kan ook een goed antwoord zijn. Als u daarvan niet overtuigd bent dan helpt Michel Hoetmer u misschien op weg in zijn artikel: Overtuigingskracht = de juiste vragen stellen.

Bron:De macht van de vraagsteller
Door: Frank van Marwijk, 10 december 2006

Authenticiteit; stoppen met voortdurend streven naar de goedkeuring van anderen?

Hoe beter we ons eigen IK kennen ( leven zonder spanning ) des te beter weten we ons niet door anderen te laten beinvloeden. Chopra noemt dat object referral vs self referral. Bij object referral streven we steeds naar de goedkeuring van anderen. Ons denken en ons gedrag worden bepaald door de reactie die we verwachten. Object referral is gebaseerd op angst! Veelal angst voor de afwijzing.

Bij object referral hebben we een sterke behoefte om de wereld om ons heen onder controle te houden. De behoefte aan goedkeuring, aan controle over alles en aan macht zijn behoeftes die voortkomen uit angst en gedreven worden door ons ego. Ego is niet wie je werkelijk bent. Het ego is ons zelfbeeld; je maatschappelijke masker. De rol die je speelt om goed gekeurd te worden. Onze potentialiteit onze authenticiteit verdwijnt achter dit masker.

Authentiek leven en werken is de dagelijkse oefening om los te laten wie we denken te moeten zijn en te waarderen wie we werkelijk zijn. De keuze om te handelen, te spreken en te leven op de manier die vanuit onszelf komt.Wij zijn verantwoordelijk voor het succes, wij zijn leidend en daarmee onafhankelijk van anderen. En we laten onze keuzes niet beïnvloeden door wat we denken dat anderen van ons denken.

" Wees maar gewoon jezelf! " Het klinkt zo makkelijk. Maar het vergt moed en durf om jezelf te laten( het is wat het is ), kwetsbaarheid om te erkennen dat het niet altijd lukt, twijfels delen en doorzettingsvermogen om ondanks je falen morgen weer een nieuwe keuze te maken.

Een dagelijkse oefening dus. Dat biedt mogelijkheden! Dat betekent dat we elke dag opnieuw een kans hebben om dichter bij onszelf te komen. Elke keuze is een gelegenheid om trouw te zijn aan wie we werkelijk zijn. Ook als het een keer niet is gelukt en we een “masker-moment” hebben gehad, is er de volgende dag een nieuwe gelegenheid.